Nationaal triatlon reglement
Om van een triatlon wedstrijd een mooi evenement te maken zijn regels noodzakelijk. Het volledige nationale
reglement kan via deze link geraadpleegd worden.
We sommen alvast enkele belangrijke punten op:
STARTPROCEDURE:
- Opwarming : in de opwarmzone (afgescheiden, startzone)
- Startboxen : 10 min voor de start iedereen uit water, en na controle toelating tot startbox
- Te water : 3 min voor start te water per startbox
- Pre-startzone : iedereen blijft in de pre-startzone tot het sein “atleten aan de startlijn” (megafoon)
- Start : +-30 sec later met een startsignaal (pistoolschot, hoorn, enz. – geen fluitsignaal)
Opmerking : De dames starten 15 min voor de heren. De hoofdscheidsrechter kan een afwijking van deze
startprocedure toelaten.
ZWEMMEN:
- Atleten mogen elke stijl gebruiken om zich in het water voort te bewegen. Ze mogen watertrappelen of drijven. Het is toegelaten om zich van
de grond af te stoten bij het begin of einde van een zwemronde.
- Atleten dienen het voorgeschreven zwemparcours te volgen.
- Atleten mogen op de bodem staan of rusten door zich vast te houden aan een object zoals een boei of stationaire boot.
- In noodgeval zwaait de atleet met een arm boven het hoofd en roept om hulp. Eens een atleet hulp heeft gekregen, moet deze de wedstrijd
staken.
Veiligheidsopmerkingen:
- Bij een watertemperatuur beneden de 13°C wordt het zwemmen afgelast.
- Indien de luchttemperatuur, waterkwaliteit, wind, hevige regen en/of andere omstandigheden dit noodzakelijk maken, kan de
hoofdscheidsrechter:
a. het zwemmen inkorten
b. de start uitstellen
c. een wetsuit verplichten
d. het zwemmen afgelasten (wedstrijd wordt omgevormd tot een duatlon)
Bij uitstel van de start zal die telkens met één uur worden uitgesteld. Het uitstel moet duidelijk bekend worden gemaakt.
FIETSEN:
Voor het fietsen (bij extreme weersomstandigheden) is het toegelaten extra kledij aan te trekken.
De atleet moet het nummer op de rug dragen.
Het is een atleet verboden om:
a) Andere deelnemers te hinderen
b) Te fietsen met ontbloot bovenlichaam
c) Te vorderen zonder fiets (met andere woorden om de fiets op het parcours achter te laten vanaf standplaats
van de eerste wissel tot de standplaats van de tweede wissel)
Veiligheidsopmerkingen:
De atleten moeten de verkeersregels altijd in acht nemen. Atleten die schijnbaar een gevaar voor zichzelf of anderen zijn, mogen door
scheidsrechters uit de wedstrijd genomen worden.
LOPEN:
De atleet:
- Mag lopen of wandelen
- Mag niet kruipen
- Mag niet lopen in ontbloot bovenlichaam
- Mag niet zonder schoenen of blootvoets lopen, waar dan ook op het parcours
- Mag niet lopen met de fietshelm op, na de tweede wissel blijft de fietshelm bij de fiets
- Mag geen gebruik maken van vaste steunpunten (nadars, paaltjes, …) om bochten gemakkelijker te nemen
- Mag geen begeleiding hebben tijdens het lopen
- Moet zijn nummer op de borst dragen
Veiligheidsopmerking:
De verantwoordelijkheid om op het parcours te blijven ligt bij de atleet. Elke atleet die volgens een scheidsrechter of EHBO-medewerker een
gevaar betekent voor zichzelf of anderen kan verwijderd worden uit de wedstrijd.
MATERIALEN:
De afmetingen van de fiets zijn gebonden aan strenge regels. Onderstaande afbeelding geeft weer welke de maximaal toegelaten
fietsafmetingen zijn.
De totaalafmeting tot de clip-ons wordt gemeten tot de punten, zoals in onderstaande afbeelding getoond.
Veiligheidsopmerking:
Het dragen van de fietshelm is verplicht, maar ook de wijze waarop de helm op het hoofd staat is van belang.
De fietshelm kan dan wel geen val of ongeval vermijden, hij biedt wel een degelijke beveiliging. Om volledig doeltreffend te zijn moet een
helm aan bepaalde vereisten voldoen en moet hij op een correcte manier gedragen worden.
1. de helm moet goed recht op het hoofd staan en correct op het hoofd passen.
2. de bevestigingsriemen vooraan en achteraan, moeten een aangespannen Y vormen rond het oor.
3. de bevestigingsriemen blijven goed op hun plaats wanneer de kinband is vastgemaakt.
4. er moet een vinger passen tussen de kinband en de kin.
Om een eind te maken aan de wildgroei en voor eenvormigheid heeft Europa de volgende normen ingesteld:
EN 1078 = kwaliteitstest van het product (in dit geval fietshelmen).
CE 96-0497 = het product is gemaakt met producten die voldoen aan de minimum norm EC.
Dus deze merktekens moeten in alle in Europa gekeurde helmen aanwezig zijn (sinds 1996).
Welkom bij Den Hout Sportief
Regelgeving